next keuze menu terug


1.Het boek des geslachts van Jezus Christus, den zoon van David, den zoon van Abraham.
2.Abraham gewon Isaäk, en Isaäk gewon Jakob, en Jakob gewon Juda en zijne broeders;
3.en Juda gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares gewon Esrom, en Esrom gewon Aram; (Genesis 38:29,30. 1Kronieken 2:4,5, 9-12. Ruth 4:18-22)
4.en Aram gewon Aminadab, en Aminadab gewon Naässon, en Naässon gewon Salmon;
5.en Salmon gewon Boöz bij Rachab, en Boöz Odeb bij Ruth, en Odeb gewon Jesse; (Ruth 4:17)
6.en Jesse gewon David den Koning. En David de Koning gewon Salomo, bij degene die Uría´s vrouw was geweest; (2 Samuël 12:24)
7.en Salomo gewon Roboam, en Roboam gewon Abía, en Abía gewon Asa; (1 Kronieken 3:10-17)
8.en Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozías;
9.en Ozías gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achas gewon Ezekías;
10.en Ezekías gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josías;
11.en Josías gewon Jechonias en zijne broeders, omtrent de Babylonische overvoering.
12.En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiël, en Salathiël gewon Zorobabel;
13.en Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;
14.en Azor gewon gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Eliud;
15.en Eliud gewon Eleazar, en Eleazar gewon Matthan, en Matthan gewon Jakob;
16.en Jakob gewon Jozef, den man van Maria, uit welke geboren is Jezus, gezegd Christus.
17.Alle de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten, en van David tot de Babylonische overvoering zijn veertien geslachten, en van de Babylonische overvoering tot Christus zijn veertien geslachten.
18.De geboorte van Jezus Christus was nu aldus: want als Maria zijne moeder met Jozef ondertrouwd was, eer zij te zamen gekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit den Heilige Geest.
19.Jozef nu, haar man, alzoo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar heimelijk te verlaten.
20.En alzoo hij deze dingen in den zin had, zie, de Engel des Heeren verscheen hem in den droom, zeggende: Jozef, gij zoon Davids, wees niet bevreesd Maria uwe vrouw tot u te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit den Heiligen Geest:
21.en zij zal eenen zoon baren, en gij zult zijnen naam heeten Jezus; want hij zal zijn volk zalig maken van hunne zonden.
22.En dit alles is geschied, opdat vervuld zoude worden hetgeen van den Heere gesproken is door den Profeet, zeggende:
23.Zie, de maagd zal zwanger worden en eenen zoon baren, en gij zult zijnen naam heeten Emmanuël; hetwelk is overgezet zijnde, God met ons. (Jesaja 7:14)
24.Jozef dan, opgewekt zijnde van den slaap, deed gelijk de Engel des Heeren hem bevolen had, en heeft zijne vrouw tot zich genomen.
25. en bekende haar niet, totdat zij dezen haren eerstgeboren zoon gebaard had, en heette zijnen naam Jezus.


Terug naar boven

naar de bovenkant van deze pagina